Met deze kop opende zaterdag 29 augustus een paginagroot interview in de weekendbijlage van het Noordhollands Dagblad. Mooi artikel van Mark Minnema en een mooie foto erboven van John Oud. Ik heb beide heren met een persoonlijk briefje bedankt voor het uitstekende werk dat ze hebben afgeleverd. De foto kan ik helaas niet overzetten naar mijn website. De tekst van het interview staat hieronder integraal afgedrukt.
Passie kun je Kees Kager niet ontzeggen. Neem de vakantie. Iedereen ligt aan het strand of fietst langs de dreven. Zo niet Kees Kager uit het beeldschone dorpje Valkkoog. Die zit thuis in zijn werkkamer, te zwoegen op een nieuwe pennenvrucht. Kager kan er zijn mooiste momenten beleven, daar tussen de mappen vol ideeën en aantekeningen. Wanneer al die flarden bij elkaar komen en de contouren van een roman zichtbaar worden: dat is niets minder dan geluk.
De geboren Schagenaar – docent van beroep – heeft twee thrillers op zijn naam staan. ’Het Zwanenwater’ en – recent uitgekomen – ’De koorzangers’. In die tweede roman kruist passie één – het schrijven – passie twee, het zingen in een koor. Het is een passie die hij deelt met 600.000 Nederlanders die zingen bij kerkkoren, oratoriumkoren, jazz-, shanty- of smartlappenkoren, noem maar op. Kager: ,,Stel in een gezelschap de vraag wie er zingt en je zult versteld staan. Het stoffige imago is er echt wel af.’’
Wat dat is, die passie voor koorzang die zo’n hoge vlucht heeft genomen? ,,Dit is een tijd van sms en oppervlakkige contacten. Mensen gaan op zoek naar iets dat bindt. Samen repeteren geeft het gevoel: ’Dat flikken we samen’. Het koor is een heerlijke plaats van samenkomst.’’ Kager neemt zijn ’eigen’ Gregoriuskoor in Schagen als voorbeeld. ,,Er is gemeenschapszin, begeestering, niemand wil een repetitie overslaan. Dat zijn signalen van passie.’’
Liefde en lijden
Passie is ook het lijden van Jezus, merkt Kager op. ,,Liefde en lijden, daaruit is de mooiste muziek gekomen. Zo ongelooflijk mooi dat je soms je emoties moet uitschakelen, anders kun je het niet zingen. Bij het ’Ave verum corpus’ heb ik wel eens een brok in mijn keel moeten onderdrukken. Of het requiem van Fauré, dat we vaak zingen bij een afscheid. Dat is zo ontstellend mooi, dan moet je wel even zakelijk blijven.’’
Kees Kager is docent aan het ROC Horizon College, hij werkt veel met moeilijke jongeren. Prachtig werk, vindt hij. Maar het is niet zijn passie. ,,Dat is schrijven en zingen. Iets unieks maken, puur van je zelf. Op school proberen we leerlingen door een opleiding heen te loodsen,
dat is werken met methodieken. Schrijven doet een beroep op je fantasie, inlevingsvermogen, artisticiteit. Maar het één stimuleert het ander, dat houdt het leven in balans.’’ Met zijn twee passies, zingen en schrijven, kiest hij voor zowel de meest sociale als de meest eenzame bezigheid die er bestaat. Is de zomervakantie daar, dan trekt hij zich terug in zijn werkruimte om te schrijven. Het werk op school is te intensief om in de avonduren nog te schrijven, maar in zijn hoofd is ie er altijd mee bezig. Ideeën borrelen overal op. Even de auto aan de kant om een ingeving te noteren, altijd letten op gedrag van anderen.
Snijden doet pijn
Inmiddels komen reacties los op ’De koorzangers’. ,,Sommigen vinden de passages over koren geweldig. Anderen vinden jongerenproblematiek
die erin zit boeiend, maar het korenverhaal een onsje te veel.’’ Heeft de schrijver zich mee laten slepen door zijn eigen passie? ,,Ik had al heel wat geschrapt. Maar snijden in eigen vlees doet pijn, dat klopt.’’
Het beste heeft hij gegeven voor twee romans, waarvan de eerste maar net uit de kosten is gekomen. Verkoopcijfers van de tweede laten zich
aanzien, maar een feit is dat zijn uitgever, Gopher, weinig budget heeft voor promotie. ,,Als je maar net uit de kosten komt, vraag je je
wel af waar je mee bezig bent, waarvoor je je elke vakantie opsluit ten koste van je gezin’’, zegt Kager. ,,Ik zit nu op een tweesprong: ga ik nog
een roman schrijven of niet? Maar verslavend is het ook.’’
Liefdevol strijkt hij over een exemplaar van ’De koorzangers’. ,,Zo’n prachtig boek, dit ziet er toch schitterend uit?’’ ’Het Zwanenwater’ en ’De koorzangers’ zijn beide uitgegeven door Gopher.
Tot zover de tekst van het interview in de NHD-weekendbijlage. In een kadertje ging journalist Minnema nader in op de omvang van het fenomeen ‘Koren in Nederland’. Ook dat onderdeel van de pagina wil ik de bezoeker van mijn website niet onthouden.
Nederland wild van koorzang
Elke week weer staan 600.000 zangers en zangeressen ergens in Nederland vol overgave te zingen. Daarmee is het een van de grootste hobby’s van het land. Dat zingen gebeurt vooral in koorverband. Geschat wordt dat er in Nederland zo’n 14.000 tot 15.000 koren zijn. Gemiddeld hebben die zo’n veertig leden. Het overgrote deel van deze liefhebbers is nog altijd vrouw: tachtig procent. Mannen zijn nog steeds minder geneigd bij
een koor te gaan. Hoe het komt? De ervaren koorzanger Kees Kager heeft niet echt een idee. ,,Misschien zijn mannen minder genegen tot de overgave en expressie die bij zingen komen kijken.’’
Volgens de site zing.nl zijn er zo’n twintig verschillende genres in koren te onderscheiden. Het aantal traditionele koren neemt af, terwijl tegelijkertijd nieuwe koorgenres ontstaan, zoals homo- of piratenkoren.