Timon wilde zaterdag al vóór half 12 naar Groenoord vertrekken. De vader en moeder zaten achter het huis op het terras. De vader fronste zijn wenkbrauwen.
“Ga je nu al?”
“Ja.”
“Maar de wedstrijd is toch 1 uur?”
“Ja en om kwart voor 12 aanwezig.”
“Is dat niet erg vroeg?” bracht de vader verbaasd uit.
“Dan gaan we eerst met zijn allen de bestuurskamer in voor een preek van de coach en uitleg en zo.”
De vader maakte een kreungeluid.
“Mijn god…, instructies. Jullie komen toch gewoon om lekker te spelen?”
“Ja. En daarna verkleden en een uitgebreide warming up.”
“Ha grappig. Ik lees net het verhaal van een sportarts in de krant. Hij zegt dat een warming up vanaf je dertigste pas belangrijk is. Maar er is geen voetballertje van achttien dat serieus aan warming up doet. En jullie zijn dertien, veertien jaar!”
“Laat nou maar. Het moet nou eenmaal.”
De vader schudde het (eigen)wijze hoofd en Timon wilde wegfietsen. Zijn moeder riep hem terug.
“Hé Tiem, kom eens terug.”
Timon stapte af en zuchtte met gevoel voor theater.
“Er ligt boven nog vuile was van je. En het konijn heeft geen voer gehad. Dat zou je ook nog doen. Eerst je werk en dan naar de voetbal.”
“Maar dan kom ik te laat!”
Onder protest deed hij de hem opgedragen klussen. Daarna stapte hij gehaast op de fiets. Hij kwam 7 minuten te laat op het appèl. De coach zei dat het geen 10 minuten hadden moeten zijn, want dan had hij er absoluut naast gestaan.
Terug van de wedstrijd keek hij niet vrolijk. De ouwelui zaten nog buiten.
“Hoe liep ‘t af, Timon?” informeerde de vader die de eerste helft was wezen kijken.
“Mwah… verloren.” Hij klonk nogal down. “Ze vinden me te traag.”
“Wie zegt dat?”
“De coach. Wat je goed doet is normaal. En owee, als je een balletje niet haalt of verspeelt. Dan krijg je het te horen.”
“Lekker positief. Er zijn nog steeds mensen die denken dat traag en flegmatiek hetzelfde is. En dat twee stappen van een kleintje veel sneller zijn dan één stap van een grote.”
Timon gooide zijn tas met een knal op het terras.
“Leeghalen” riep zijn moeder.
“Ja, effe rustig.” Hij klonk vermoeid, maar kiepte zijn tas leeg boven de wasmand en zette de kicks tegen de muur om te luchten. Een lekker waterijsje dan maar.
“En voortaan hebben we langer trainen…”
“O ja? Je hebt tweemaal 1 uur trainen van Koen. Dat vond je juist zo leuk, toch?”
“Ja vet.”
De vader pakte de Facet en sloeg het trainingsschema op.
“Verdraaid ja, hier staat het. C1 is bijna het enige team dat anderhalf uur trainen krijgt.”
“Eerst een half uur werken aan de conditie met de coach. Rennen en zweten, zodat we moe aan het uur met Koen beginnen. Zoiets zei hij.”
De moeder begon te protesteren.
“Maar Tiem, 4 uur uit school, half 5 tas pakken en wat eten, trainen tot 7 uur, douchen, warm eten. En dan na 8 uur nog aan je huiswerk?”
“We zien wel.”

