Het schrijven aan mijn tweede roman heb ik zelf gedaan. Als een kluizenaar in mijn cel besteedde ik twee jaar lang alle schoolvakanties aan de totstandkoming van het boek. Het uitgangspunt had ik. Het verhaal zat in grote lijnen in mijn hoofd. Het moest eruit. Gaandeweg kwam ik tot een indeling in hoofdstukken. En per hoofdstuk kwam ik tot een schema van scènes. Soms ging het schrijven als vanzelf. Dan ramde ik een week lang aan één stuk door op dat toetsenbord. En was ik diep-, diepgelukkig als het hoofdstuk af was. Soms echter dreef ik op discipline. Ik had mijn schema, ik wist waarover de scène moest gaan. En toch ging het moeizaam. Waarom? Ik wist het zelf niet altijd. Schrijven is een bizar, onvoorspelbaar maar boeiend proces. Na twee jaar had ik het verhaal af. De auteur had zijn werk gedaan.
Anderen waren aan zet. Uitgeverij Gopher, Studio Bredewold-Buczynski, zij zijn nu in overleg met ondergetekende druk met de vormgeving. Omslag, lettertype, auteursfoto, correcties, flaptekst, proefdruk, er zitten veel facetten aan de uitgave van een boek. We zitten zogezegd in de voorbereidende werkzaamheden. In een horeca-keuken noemt men de voorbereidingen wel het maken van de mise en place. Het gaat erom spannen of de streefdatum voor de presentatie gehaald wordt. Alleen al voor de productie, dus het drukken, van de eerste druk zijn drie weken nodig. Vooralsnog houden we het nog steeds op: vrijdag 5 juni presentatie van De koorzangers .
De Koorzangers Vrouwenhandel, drugstransport en gedwongen prostitutie behoren niet tot het vocabulaire van Gerard Dekker, een brave docent in het middelbaar beroepsonderwijs. Voor zijn ontspanning zingt hij in een koor, zoals veel van zijn collega’s en vrienden. Het koorleven biedt hem een welkome afleiding van de probleemjongeren waar hij overdag mee te maken heeft. Maar met de komst van een jonge sopraan verdwijnt de ontspanning algauw, als blijkt dat zijn lastige pupil Pita haar gewetenloze loverboy is. Lees verder...
