Rare gewaarwording. Ik werk als een bezetene aan mijn tweede boek. Het verhaal neemt mij volledig in beslag. Elk uur van de dag is het bij me, zie ik weer openingen, krijg ik ideetjes voor een zin, voor een uitspraak, voor een passage (zie ook het stukje hieronder ‘Vakantiebaan’). En dan word ik in korte tijd twee keer gevraagd om op een zomerfestival op te treden in verband met mijn eersteling: Het Zwanenwater. De organisatie van zomerfestival De Karavaan benaderde me voor een culturele happening in de Openbare Bibliotheek. Men gunt mij de avond van vrijdag 8 augustus a.s. om voor te lezen uit mijn debuutroman en in contact te komen met het publiek. Inhoud…? Formule…? Ik weet er nog niets van. Ook werd ik gebeld door de organisatie van een cultureel festival in Bergen, ‘Breaking the Waves’ geheten. In een strandpaviljoen in Bergen aan Zee is op zaterdag 30 augustus a.s. van alles te beleven op het gebied van muziek, poezie, literatuur. Men wil er dit jaar een regionaal tintje aan geven. Een scherpzinnige medewerker heeft kennelijk ontdekt dat Bergen en omgeving qua couleur locale een prominente rol spelen in Het Zwanenwater. Curieus: op dat festival draag ik voor uit mijn eerste, terwijl op dat moment mijn tweede af is.
De Koorzangers Vrouwenhandel, drugstransport en gedwongen prostitutie behoren niet tot het vocabulaire van Gerard Dekker, een brave docent in het middelbaar beroepsonderwijs. Voor zijn ontspanning zingt hij in een koor, zoals veel van zijn collega’s en vrienden. Het koorleven biedt hem een welkome afleiding van de probleemjongeren waar hij overdag mee te maken heeft. Maar met de komst van een jonge sopraan verdwijnt de ontspanning algauw, als blijkt dat zijn lastige pupil Pita haar gewetenloze loverboy is. Lees verder...
De evenementen. Na de competitie staan er standaard twee grootse evenementen op de agenda. Met Pinksteren is Groenoord jaarlijks het decor voor de Familiedag. Een topdag werkelijk. Qua sfeer en zeker ook voor de kantine. Het andere feest is het D-kamp, een weekend vol sport, spel en vertier voor de D-pupillen. Het SRC-bestuur hoeft aan beide evenementen niets te doen. Voor de Familiedag en voor het D-kamp is er een aparte commissie. In beide gevallen wordt gewerkt met een draaiboek dat in de loop der jaren de perfectie is genaderd. Hulde aan die mensen!
Vlak voor de Pinkster voorspelde één van mijn neven dat we met de Fam. Ploeger gingen vlammen. Nou, het werd niet vlammen aan de bal, maar vlammen uit de poriën vanwege de onmenselijke hitte. Timon stond langs de lijn het gekneus van zijn vader te bekijken. Hij kon het amper aanzien. Maar ja, hij mag me pas vervangen als hij 15 jaar is. De afspraak luidt dat ik het tot die tijd volhoud. Dan doen we het één keer samen. Daarna ga ik met ontslag. Als… als we het allemaal mogen beleven, hè. Laten we voorzichtig zijn.
De Ploegers zochten tijdens het toernooi naar de ideale patronen. Gek, maar na het voetballen vonden we ze. Ook de opstelling was in de kantine opeens ideaal. Gegroepeerd, bij de terrasdeuren. Niet in de brandende zon. Korte sprintjes naar de bar waren haalbaar. Het bier van Jaap Kater en Henk Kager was zo heerlijk koel, maar het leste niet de dorst. Meer…, meer… En het was er weer. Het wij-gevoel. We waren één familie. De SRC-familie.
Het D-kamp start traditioneel met de strijd om de Carry (Cees) Verduin Penaltybokaal voor alle F-, E- en D-pupillen. Ook deze vrijdagavond verzamelden zich vele tientallen jeugdvoetballers met hun vriendjes, ouders en opa’s en oma’s rond de doelen op Groenoord. Timon besefte kennelijk dat hij voor de laatste keer een greep naar de bokaal kon doen. In de serie verdween de ene na de andere penalty strak rechtsonder in het doel. Waar anderen sneefden overleefde hij kwartfinale en halve finale. En daar stonden we weer met zijn allen op het hoofdveld. Voordat Carlo (Cas) Verduin (inderdaad, zoon van) zich met zijn imposante gestalte in het doel opstelde bood ik hem steekpenningen aan. Hij was er niet gevoelig voor. Nare Verduinen, altijd rechtschapen en stijf in de leer!
In de finale versaagde Timon niet. Ze vlogen erin als bitterballen in de olie. Rechtsonder. Niemand kwam eraan, zelfs Cas niet. Naast mij sloeg een andere Verduin het tafereel met genoegen gade. Frans, ex-topscorer van SRC en Scagha. Ik zei dat voor een rechtsbenige speler de hoek rechtsonder de voorkeur verdiende. Frans beweerde tot mijn verbazing dat hij altijd voor linksboven koos. Net toen wij ons dispuut afsloten maakte Timon zijn enige fout van de avond. Hij koos voor links en Cas tikte de bal naast. En zo greep mijn zoon voor de tweede keer in zijn korte carrière op een haartje naast de penaltybokaal. Maar het leverde hem wel een epitheton ornans, zeg maar een mooie bijnaam, op uit de mond van Frans Verduin. “Timon Kager, de Zoetemelk van het Penalty Peloton”. Het was prachtig. En toen moest het D-kamp nog beginnen.
Te lang liet ik mijn weblog links liggen. Reden: tijdgebrek. Tijdgebrek is een vreemd fenomeen. Je kunt het positief zien. Immers, wie tijd te kort komt is voor zichzelf goed bezig. Die wordt zozeer in beslag genomen door de dingen die hij doen moet. Die verveelt zich niet. Je kunt het negatief zien. Wie meer dan 24 uur in een etmaal nodig heeft laat zich teveel afleiden of de klus die hij onder handen heeft is zo groot. Er komt geen einde aan.
The Beatles zongen ooit ‘Eight days a week’. De titel duidde op een hevige verliefdheid die de hoofdpersoon uit het nummer 8 dagen per week bezig hield. Over dat nummer ook weer twee opmerkingen. Laatst schoof ik in de auto een verzamel-CD van Ian Hunter, een oude Ierse rocker, in de lade. Er kwam een cover voorbij van ‘Eight days a week’, een live-opname in een zeer verrassend arrangement. De versie pakte me en sindsdien speel ik het nummer bij elk autoritje af. Live met de volumeknop op 19, mooier kan niet. Gevoelig, melodieus en toch stevig en dan dat melancholieke stemgeluid van Hunter, ah… Ik zou King’s Jack willen aanbevelen het nummer in dit arrangement op de setlijst te plaatsen. Zo ontroerend mooi! Mijn tweede opmerking over ‘Eight days a week’. Ik zou persoonlijk ook 8 dagen in de week stoppen omdat ik met mijn tweede boek bezig ben. Het nadert zijn voltooiing, ik kan er niet meer van loskomen, ik zou het liefst elke week een dag extra hebben.
En dan te bedenken dat het op dit moment zomervakantie is in het onderwijs. Ik heb dus alle tijd. Jazeker, de tijd is mijn vriend op dit moment. En toch voel ik ook die keerzijde. Tijdgebrek, doorgaan, opschieten. Het boek van de schrijver moet af, voordat de plicht van de leraar weer roept.
Zal het leven niet altijd worstelen blijven?
