Laten de papa’s en mama’s van de voetbalkabouters en de F-jes en de E-tjes en zo verder niet klagen als ze op een zaterdagmorgen eens vroeg moeten. Vroeg is namelijk relatief. En bij voetbal duurt het nooit langer dan één partijtje. Dan zit het erop en is er koffie. Ik heb het ook wel meegemaakt. Op winterdag met de kleine boef om 9 uur aantreden in Julianadorp. Kwart over 8 vertrekken vanaf Groenoord. Een gemene wind jaagt af en toe een regenvlaag over het parkeerterrein. Het voorhoofd wordt gepijnigd door regendruppels, maar het voelt als ijs. Tuurlijk, het is een hele opgave.
Onlangs moest ik met Timon te tennissen. Ja, dat doet hij ook. Voetballen en tennissen. Dat doen meer jongens uit zijn team. Het voetbal werd zelfs een keer opgeschoven naar de woensdag omdat er wel zes spelers op het tenniscourt werden verwacht. Ik mocht het competitieteam van mijn grote, kleine vriend rijden. Om kwart voor 7 op de zaterdagmorgen ging de wekker. En gelooft u het of gelooft u het niet: ’s avonds om kwart voor 7 kwamen wij weer thuis. Ik was te verbaasd over de gang van zaken om boos te zijn. Niet alleen ik als begeleider was áf na de lange, lange dag. Ook de vier jonge helden kreunden op het laatst van ellende. De (cruciale)slotpartij werd zelfs cadeau gedaan, omdat ze moe waren en honger hadden en naar huis wilden. In de auto voelden we ons belazerd. Alsof we een neckslag hadden gekregen. Dat was ook zo. Een tenniswedstrijd uit in Neck (bij Purmerend)… nooit aan beginnen, beste mensen, nooit aan beginnen.
Tevoren was ik gewaarschuwd voor kaklui. En dat er daar alleen een warme kraan is in de kleedkamer want dan kunnen de atleten hun flesjes niet bijvullen en besteden ze noodgedwongen geld in de kantine. Dat van dat water bleek waar. En kaklui… ach. Een wijfje aan de tafel naast mij bralde dat ze eigenlijk rechten had willen doen, maar ja, ze zat al bij de bank toen ze Antoine leerde kennen en als kind van een accountant was ze goed in cijfertjes en bla, bla. Maar kak, nee. Laten we eerlijk zijn, bij de voetbal komt dan ook kak voor. Tegenwoordig heeft iedereen kapsones en meestentijds is het op niks gestoeld.
Vanwege het slechte weer was het tennis naar binnen verplaatst. Er waren 8 banen. Voor het team uit Schagen was één baan beschikbaar. Dat betekende 4 enkelspelen na elkaar en daarna 2 dubbelspelen na elkaar. Ik keek de mevrouw die het coördineerde ’s morgens om 8.30 uur glazig aan. Ik had op een ochtendje tennis gerekend en daarna weer leuke dingen doen. Het werd een dikke, dikke dag hangen in een dubbele tennishal. Weemoedig dacht ik aan voetbal en SRC en Groenoord, terwijl ik vanachter glas de smashes van de jongens probeerde te volgen. Probeerde, want ze speelden op de achterste baan. Ik zag dus geen reet. Nou ja, de dikke reten van de huisvrouwen die op de voorste banen vliegen leken te meppen. Naarmate de dag vorderde kwam mijn mentaal welzijn in het gedrang. Ik gaf me over aan een taalspelletje. Neckslag. Neckschot. Necken. Tennis. Tannis. Takketannis. Tyfustannis. Tetannis.

