In Het Zwanenwater verwijzen meerdere scènes naar het P.A.-verleden van de hoofdpersoon, docent Gerard Dekker. Met P.A.-verleden wordt bedoeld: de tijd die Gerard doorbracht als student aan de Pedagogische Academie. Gerard Dekker zegt ergens in het boek tegenover Mirjam Kramer, de vrouwelijke hoofdpersoon in het boek, dat hij de drie jaren op de academie in het lommerrijke Bergen heeft beleefd als ‘gouden jaren’. Zij daarentegen herinnert zich er veel minder van. Om allerlei redenen heeft de opleiding voor haar lang niet dezelfde impact gehad. Mirjam plaagt Gerard er zelfs mee dat hij alsmaar terugkomt op die tijd en die drie jaren uit hun jeugd verheerlijkt. Op enig moment staan die twee in Bergen op de Loudelsweg en daar wordt op dat moment achter de ijzeren hekken het monumentale kloostergebouw, waarin de academie gevestigd was, met de grond gelijk gemaakt door sloopbedrijf Mulder uit Schagen. Wat zonde! roept Gerard. En Mirjam vindt het fantastisch, want met de sloop van dat gebouw wordt er letterlijk een periode afgesloten.
Schrijver dezes zal niet verhullen dat hij zijn hoofdpersoon Gerard Dekker enige kenmerken van zichzelf heeft meegegeven. Ook ik bracht drie jaren door aan de Pedagogische Academie in Bergen en beleefde die tijd als een gouden tijd. Zo vormend, zo verrijkend. En op zaterdag 2 juni j.l. stond ik weer op diezelfde Loudelsweg. In het zonnetje en omringd door vele, vele jaargenoten uit 1975. Jos Rijnaarts, de man van Alissa Nuijens van de Alissa modeketen, had een reunie georganiseerd. Er waren maar liefst tachtig mensen aanwezig van een lichting van honderd eindexamenkandidaten. Ook waren er bijna tien docenten uit die tijd. De wandeling naar de Loudelsweg vond ik ontroerend. Vanwege de vele herinneringen. Vanwege de voormalige klasgenoten met wie ik er ruim dertig jaar geleden liep. Vanwege dat majestueuze klooster dat er in mijn verbeelding toch weer even stond. Vanwege de anekdotes die uit al die monden stroomden. “Weet je nog, dat we…?” En natuurlijk vanwege Het Zwanenwater waarin deze plek, deze tijd, deze lichting zo’n bepalende rol speelt.
In ‘’t Oude Raethuijs in het centrum van Bergen raakten bij elkaar zo’n honderd vrouwen en mannen die door een speling van het lot een stukje van hun levensloop met elkaar deelden niet met elkaar uitgepraat. Er werd gelachen. Er waren gereserveerde mensen. Er waren uitbundige begroetingen. Er waren kreten van verbazing. Er werd naar wel en wee geinformeerd. Er werd geobserveerd. Er is gezongen. Er werd gezweten. Er is stilgestaan bij overledenen. Er werd gegeten en gedronken. Er werden foto’s bekeken. Er werd afgesproken. Er werd herinnerd. Er werd in de toekomst gekeken. De dag was prachtig, de dag was te kort. De meesten waren er. Zij gingen stuiterend van de indrukken, het geruis, de gesprekken, de gevoelens, de beelden, de nieuwtjes en de emoties terug naar hun eigen dierbaren. Gerard Dekker moet in het boek van zijn oude liefde de P.A.-tijd afsluiten. Kees Kager zal dat in elk geval nooit doen. Daar zitten teveel mooie, warme herinneringen. En al het goede uit het verleden koester ik en dat neem ik mee naar de toekomst. Wanneer is de volgende reunie?

