Ik bracht mijn dochter naar zangles in Den Helder. Het was op zaterdagmorgen. Omdat ik een uurtje moest overbruggen liep ik de stad in. Bij V&D hebben ze vaak een paar tafels met afgeschreven boeken staan. Lekker struinen dus. Terwijl ik dat doe komt er een tweetal dames bij de tafel staan.
“Ligt er nog een leuk boek voor me bij?” vroeg de oudere vrouw zich af. De jongere zei: “Het is maar net wat je leuk noemt, moeder.”"
“Nou” gaf moeder terug, “dat er eerst ruzie is en dat ze dan later…”
De dochter en ik schoten in de lach. “Ja ja” viel de jongedame naast me haar in de rede, “en op het einde komt alles weer goed en hebben ze elkaar.”
“Nou ja” merkte moeder verongelijkt op, “daar is toch niks mis mee?”
“Nee hoor, mevrouw” zei ik. “Maar ik weet een ander mooi boek voor u.”
“Welke dan?” Nieuwsgierig keken beide dames me aan.
“Dit!” Ik trok een promokaartje van Het Zwanenwater uit mijn binnenzak en hield het hen voor. “Het Zwanenwater” riep ik ten overvloede uit.
“Daar heb ik over gelezen, kan dat? Heeft u in de krant gestaan?”
“Jazeker. Heel wat keren.”
“Ligt het hier op de tafel?” vroeg moeder meteen praktisch.
“Nee mevrouw. Het is in Den Helder te koop bij ‘De 3 Boekjes’. En ik ben zelf de schrijver ervan.”
Verrast keken de vrouwen me aan. “Het is niet waar!”
“Ja echt. Ik zou zeggen: leest u wat er op het kaartje staat en dan… kopen vanzelf.”
“Nou” zei de jongste nadat ze het kaartje had bestudeerd, “Hartstikke leuk. Wij kopen altijd een paar spannende boeken voor op vakantie. Ik zal zeker aan u denken. Dank u wel.”
“Leuk, heel leuk” reageerde ik welgemeend. “De meeste reacties zijn super!”
“Staat u hier de hele zaterdag?” vroeg moeder. Ze keek bijzonder guitig uit haar ogen.
Ik moest lachen en ontkende dat. “Waarom vraagt u dat?”
“Het lijkt net een reclamestunt voor uw boek. Het ontbrak er nog aan dat u het uit uw tas toverde en tegen korting aanbood…”
De Koorzangers Vrouwenhandel, drugstransport en gedwongen prostitutie behoren niet tot het vocabulaire van Gerard Dekker, een brave docent in het middelbaar beroepsonderwijs. Voor zijn ontspanning zingt hij in een koor, zoals veel van zijn collega’s en vrienden. Het koorleven biedt hem een welkome afleiding van de probleemjongeren waar hij overdag mee te maken heeft. Maar met de komst van een jonge sopraan verdwijnt de ontspanning algauw, als blijkt dat zijn lastige pupil Pita haar gewetenloze loverboy is. Lees verder...
