De Koorzangers Vrouwenhandel, drugstransport en gedwongen prostitutie behoren niet tot het vocabulaire van Gerard Dekker, een brave docent in het middelbaar beroepsonderwijs. Voor zijn ontspanning zingt hij in een koor, zoals veel van zijn collega’s en vrienden. Het koorleven biedt hem een welkome afleiding van de probleemjongeren waar hij overdag mee te maken heeft. Maar met de komst van een jonge sopraan verdwijnt de ontspanning algauw, als blijkt dat zijn lastige pupil Pita haar gewetenloze loverboy is. Lees verder...
Wat de climax van de competitie in de zaal moest worden liep uit op een anticlimax. En dat gebeurt wel vaker in het voetbal. E1 reisde naar de sporthal van Warmenhuizen met het doel om in de laatste wedstrijdronde kampioen te worden. Maar het hoefde al niet meer. Concurrent Vrone had een week eerder al gespeeld en was helaas voor SRC onbereikbaar geworden. Groenwit kon nog tot op één punt naderen. En dat gebeurde. Er werd lekker gespeeld en dik gewonnen. Het vervult me altijd met trots als de coach van de tegenpartij na afloop onder het handen schudden iets roept van:
“Wat een leuk ploegie hebben jullie, zeg. Er zitten een paar hele goeie tussen.”
Plaatsvervangende trots natuurlijk, want het zijn de jongens die voetballen. Niet ik.
De derde helft speelt zich voor deze leeftijdscategorie nog niet in de kantine af, maar onder de douche. De ouders kunnen doorgaans gerust naar de koffie. De mannen hebben minstens een half uur onbedaarlijke pret met showergelgevechten, zeephellingen en sterke verhalen. In Warmenhuizen heet de sporthal niet voor niets ‘De Doorbraak’. Terwijl SRC onder de douche stond bevolkte een meidenteam van gelijke leeftijd de kleedkamer. Meteen was er sprake van een zekere spanning in de atmosfeer. Een blik in de richting van de natte ruimte leverde een serie kale jongensbillen op. En er werden moeilijk verstaanbare doch zeer opgewonden klanken uitgestoten. De verontwaardiging leek groot. De ongenode gasten waren VIOS-meiden die de trainingspakken kwamen ophangen. Maar voor meiden die alleen de trainingspakken kwamen ophangen bleven ze verdraaid lang dralen en kletsen in de kleedruimte. Mogelijk was er een causaal verband met de reacties van de gestresste haantjes onder de douches. Die stuk voor stuk naar hun pa of moe riepen dat ze hun handdoek even moesten aangeven. Toen de Warmentieters weg waren meldden de mannen dat ze het maar stom vonden… meiden in hun kleedkamer. Ik durfde de stelling aan, dat ze daar over een jaar of zes heel anders over denken.
En toen was het zaalvoetbal afgelopen en verplaatste het circus zich weer naar de groene zoden. Eigenlijk hoort dan de winter te worden afgesloten. Temperatuurtje van een graadje of tien, om te beginnen. Het weer trekt zich echter niets aan van competitieschema’s. Er werd van de week onder leiding van kanjers Huiberts en Pancras in sneeuwjacht en hagelbuien gewoon getraind.
“Nou pap, ik denk dat de helft er niet was” zei zoonlief toen ik hem afhaalde. Er stonden inderdaad heel weinig mountainbikes op het plein. Waarop ik reageerde: “Je moet maar zo denken. De helft was er niet, maar de andere helft was er wel en dat zijn de bikkels!”
-kk-
Het zijn weer boeiende, mooie tijden. Nog altijd de roes van Het Zwanenwater. Dat boek, dat debuut bepaalt nu al bijna een jaar mijn leven, mijn gemoedstoestand. Er komen ook steeds weer zaken op mijn pad die voortvloeien uit datzelfde Zwanenwater.
Vrijdag 10 maart 2006 zat ik op uitnodiging van Openbare Bibliotheek Heerhugowaard in cultureel centrum De Schakel aldaar. Er was als experiment een Regionaal Boekenbal georganiseerd. Thema Boek en Dans. Er waren 6 regionale schrijvers uitgenodigd die in blokken van twee aan een interview werden onderworpen. Ik zat in het laatste blok samen met de ex-Journaallezeres/nu dichteres Eugenie Herlaar.
Tussen de blokken met schrijvers waren er dansdemonstraties van stijldansparen en een jazzballetgroep. Ook het publiek mocht op enig moment in beweging voor een streetdance-oefening wat de nodige hilariteit teweeg bracht. De zaal zat na een aarzelend begin uiteindelijk vol met ruim over de honderd Heerhugowaarders die er voor al op uitnodiging danwel op voorspraak van de genodigde schrijvers waren. Echt massaal was het grote publiek nog niet op het initiatief afgekomen ondanks een pittige promotiecampagne. Onder meer Radio Noord-Holland, Radio West-Friesland en bladen als De Koerier en het Heerhugowaards Nieuwsblad hadden aandacht besteed aan het evenement.
De interviewblokken met de schrijvers vormden de hoofdmoot van het programma en die verliepen goed mede dankzij interviewer René Schreuder. In ‘mijn’ blok mocht ik zoals gezegd samen met Eugenie Herlaar in de spotlights. Uit de reacties van het publiek bleek duidelijk dat we het er beiden goed vanaf brachten. Ontspannen en afwisselend ernstig en met een grap gaven we antwoord op de vragen. In een eerder blok had het mij verbaasd dat de Westfriese humorist Siem de Haan zich nauwelijks een grap permitteerde. Volgens mij komt het publiek naar zo’n avond om vermaakt te worden. Dus ik heb mijn best gedaan. Ook mevrouw Eugenie Herlaar was wisselend grappig en fijngevoelig.
Het is gek maar zo moeilijk en schuchter als mijn binnenkomst en kennismaking ook doorgaans is zo goed gaat zo’n performance op het podium mij dan af. Dat was bij de presentatie van mijn boek op 10 juni 2006 zo. Jack Groenveld omschreef me toen in het Schager Weekblad als een onbedoelde ’standup comedian’. Dat liep vrijdagavond in het Heerhugowaardse culturele bolwerk ook zo. Ik kreeg meermalen de lachers op mijn hand en één keer zelfs applaus. Dat laatste nadat ik over het proces van het schrijven vertelde dat ik daarin geweldige steun heb gehad van mijn vrouw. Ik zei dat ze ook in het publiek zat. “Ik mocht in enkele schoolvakanties een week helemaal alleen aan het werk en dan ging mijn vrouw met de kinderen alvast naar de camping. Ik wilde, ik moest en zou schrijven want het ging gebeuren, het moest eruit. Fantastische vrouw dus!” Er klonk meteen gelach en een spontaan applaus.
Mijn antwoord op de vraag of ik al aan een nieuw boek dacht: “Ik heb een prachtig idee… (stilte)… en dat is het belangrijkste.” En op de vraag of ik vanwege de derde druk stil kan gaan leven riep ik dat ook op school meerdere collega’s al riepen: “Ben jij hier nog?” Ik heb de man verzekerd dat dat reuze tegenvalt wat een schrijver aan een boek verdient en dat wie rijk wil worden beter een schildersbedrijf kan starten of een uitvinding doen.
Al met al een zeer geslaagde avond voor de boekenliefhebber. Na afloop veel gezelligheid. Er kwam nog een handvol mensen naar me toe om een handtekening. Ze hadden Het Zwanenwater ter plekke gekocht bij een kraam van Boekhandel Stumpel.