Mijn vader vroeg of ik deze keer zijn stukkie wilde maken. Hij had geen tijd. Druk met van alles. Open Dag op zijn school. Nieuwe achterflap maken voor zijn boek. Er was goed nieuws van de uitgever. Er komt een derde druk van Het Zwanenwater. Mijn vader helemaal uit zijn dak. En deze zaterdag kon hij niet coachen. Hij moest boodschappen doen en twee teilen soep maken en zo. Want zondag kwam de familie Kager bij ons in Valkkoog om oma d’r verjaardag te vieren. Oma Kager woont eigenlijk op een kamertje in De Bron, maar daar kan de familie niet in. Tenminste niet allemaal tegelijk, want dat zijn er een stuk of vijftig, zestig. En ze wilden per se allemaal tegelijk. Ze wilden liedjes zingen voor oma. Een vreemde, arme snuiter. En Droomland en meer van dat vaags.
Dus moest ik afgelopen weekend zonder mijn vader te voetballen. Jammer. Het is altijd gezellig samen. In de auto is hij soms een beetje vermoeiend. Maar ik luister gewoon niet als hij vertelt hoe ik moet voetballen. Dat weet ik zelf wel. We moesten in Sint Pancras, ergens bij Alkmaar. Tot nu toe alles gewonnen en uitgerekend deze keer zonder pa verloren we. Nou, dat moest ik horen toen ik terugkwam.
“Dat jij nog thuis durft te komen, als je met 0-4 ros hebt gehad!” was het meteen toen ik de uitslag vertelde. Mijn vader is meestal vlot met zijn commentaar. Maar ja, ik moest hem gelijk geven. Het was een rot uitslag.
Vorige week reed pa Kees me op een middag naar de training van tennis. Ja, dat doe ik ook. Maar voetbal is mijn hoofdsport, hoor. Dat moest ik mijn vader wel beloven. Anders kreeg ik ruzie met hem. We reden van Valkkoog naar Schagen. Toen we vlakbij zwembad De Wiel waren kwam vanaf die kant een auto door de binnenbocht gescheurd… hard!, hard!… we schrokken er allebei van. Ik zei: “Nou pap, als we twee tellen eerder van huis waren gegaan, dan hadden we nu in de prak gelegen.”
Mijn vader bromde nog wat over BMW en aso, maar dat volgde ik niet helemaal.
Verder heb ik weinig nieuws te melden. Tenminste, niet over SRC. Wat wel leuk was, mijn meester begon laatst over een Nationale Gedichtendag. En daarom wou hij een gedicht voorlezen. Het ging zo:
Tsjilp, tsjilp, tsjilp
Tsjilp, tsjilp
………………..
Tsjilp
Tsjilp, tsjilp, tsjilp.
Toen hij klaar was, was het eerst even stil in de kring. Meester wilde reacties. Toen vroeg ik of hij hem ook met een kikker kende. Meteen was ik bang dat ik naar de gang moest. Maar dat viel mee. Hij kon wel om mijn grapje lachen. Nou, dat was het. Tot de volgende keer, als mijn vader het druk heeft.
-Timon Kager-

