U bent met velen gekomen, dames en heren. Daar kan maar één reden voor zijn. U houdt allemaal ontzettend veel van mij… En nu denkt u: droom jij maar lekker verder. Nee, de tweede reden voor uw komst is beter: u houdt van mijn stukjes en u vindt het leuk dat er nu een heus boek ligt van mijn hand. Maar de echte reden is natuurlijk dat u ‘skoftig benieuwd’ bent. Wie is de hoofdpersoon? Gisteren vroeg een oud-Schagenees me of Gerard Dekker, de hoofdpersoon, soms een kruising was tussen Gerard Ploeger en Cees Dekker. Ik heb op die vraag geen antwoord gegeven. U wilt met zijn allen op zoek naar de sleutel van de roman. Hé, die persoon op bladzij 26 lijkt wel erg op…die en die. Of: volgens mij is die figuur op bladzij 168 … die en die. Dat spelletje dus.
Dames en heren, laten wij één ding met elkaar afspreken: U HERKENT NIEMAND. Oké, ik heb soms in mijn omgeving (dichtbij en veraf) iets van u afgepakt. Een karaktertrek, een uiterlijk kenmerk. En ik heb dat in een romanfiguur gestopt. Als u nu tijdens het lezen uzelf meent te herkennen, dan zit u ernaast. U ziet hoogstens een stukje van u zelf. En misschien is dat stukje enorm uitvergroot. Maar u herkent nooit de totale persoon. Dus die rolstoeler op pag. 210 is niet Jack Groenveld. Het is zijn broer.
2. Dan een paar bedankjes en bloemen.
a. Ria voor het geduld en voor de support die ik tijdens de jaren van schrijven altijd heb gekregen. Ria bezocht alle verjaardagen en ik mocht schrijven. Heerlijk. Ria ging alvast vooruit op vakantie met de kinderen. En ik mocht eerst een week alleen thuis blijven om te schrijven… Dames en heren, wat een luxe! Wie heeft dat? Dat verdient een bloemetje.
Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor mijn kinderen. Papa ging weer eens naar zijn kantoor en de schatjes zeiden: Opgeruimd staat netjes. Dat gold voor Masha, mijn prinses die steeds meer de prinses van anderen begint te worden trouwens. Dat geldt voor Sarah, onze Balletti Cechetti die mij op haar beurt Arie noemt. Dan weet je je plaats weer eens. En dat geldt voor mijn grote vriend Timon die ik ook wel Taimen noem, of Tien Pond naar zijn geboortegewicht, en Tijmen, Timpie, Tim, der Tümpf, das Tümpfchen, Timpetaan, Timoteus, Timosjevski en er zijn er meer.
b. Boekhandel Plukker. Directeur Eduard Kuyt heeft speciaal voor de presentatie van Het Zwanenwater de hele tent verbouwd hier. Het had wat ruimer gemogen. Misschien voor mijn tweede boek wat boeken eruit en meer plaats voor het publiek…? Dames en heren, toen hij in de krant las dat de Schager onderwereld deel van mijn boek uitmaakt, vreesde mijnheer Kuyt nog even voor zijn nieuwe winkelpui. Maar Eduard, je ziet, er is nog niets aan de hand.
c. Uitgeverij Gopher in de persoon van Jitske Kingma. Ik kan alleen maar zeggen, Jitske, dat ik de begeleiding, de samenwerking, de promotie-activiteiten van meet af aan als heel plezierig en vruchtbaar heb ervaren. Dank daarvoor. Ik hoop dat de promotietrein na het startschot van vandaag nog een flinke poos blijft rijden en dat jullie daar mede de energie voor blijven leveren.
d. Ik kom bij Miep van Riessen. Dames en heren, alles met betrekking tot dit boek lijkt deel van een puzzel en het valt allemaal op zijn plek. Op de website van Miep zocht ik naar een kustlandschap en ik vond bij het jaar 1981 dit schilderij. ‘Zwanewater’ heet het en ik wist meteen: dit is het omslag van mijn boek. En toen ik bij Miep langs ging om erover te praten werd datzelfde schilderij bij haar terugbezorgd in de artotheek. Het moest zo wezen, Miep, ik heb een bos bloemen voor je.
e. En dan wordt het tijd voor de aanbieding van het eerste exemplaar van Het Zwanenwater. U vraagt zich af: naar wie zal dat toegaan? Ik ga het u vertellen. Het is ondanks dit mooie moment geen vrolijk verhaal. Vijf jaar geleden overleed een collega uit ons team op school. Hij heette Peter Droog, het was heel dramatisch. Peter stierf zoals ze dat zeggen in het harnas en hij liet een vrouw en twee kleine kinderen na. De impact op ons team was groot. Ieder bedacht dat zoiets hem of haar ook zou kunnen overkomen. We maakten met zijn allen een soort gedenkboek dat is aangeboden aan Ina, de vrouw van Peter. Voor dat gedenkboek schreef ikzelf het volgende briefje:
Het boek kwam er niet. Het is nu 5 jaar later. En nu is het boek er toch. Ik heb Ina gebeld en gevraagd of ze het nog op prijs zou stellen om het eerste exemplaar van Het Zwanenwater in ontvangst te nemen. Ze was blij verrast maar moest er tijdens een paar wandeldagen over nadenken. Daarna belde zij mij en zei: Ik doe het, want ik vind het lief van je, Kees en ik vind het een mooi eerbetoon aan Peter. Ina, ik vind het geweldig dat je er bent, deze is voor jou, heel veel plezier ermee.
3. Nou zie ik in het publiek nogal wat mensen die meer met cijfers hebben dan met letters. Speciaal voor hen, de niet-lezers heb ik nog een bondige samenvatting van mijn boek meegebracht… Kaartje, aan de ene kant heeft u dan toch de voorplaat van het boek en op de achterkant kunt u zien waar mijn boek over gaat. Beste mensen, of u nou het boek gaat lezen of de samenvatting, ik wens u er heel veel plezier mee.
Ik hoop dat u de gewaarwording krijgt die ikzelf altijd krijg bij het betreden van het reservaat bij Callantsoog: Het Zwanenwater, je wordt er stil van. Muziek!!