Een wintervakantie. Het was een wintervakantie in eigen land. Zo’n sneeuwlandschap hadden we sinds 1979 niet meer gezien. De aanblik op woensdag 2 maart toen ik de rolgordijnen opende was werkelijk adembenemend. Een hoogpolig wit tapijt bedekte de buitenwereld. Dikke sneeuwlobben op konijnenhok en fietsenboet. Elke tak van boom en struik ging eronder gebukt. Meten kon ditmaal niet in millimeters of centimeters. Er lagen decimeters en de lucht leek zwaar van nog veel meer. De weg was in Valkkoog op het vroege uur nog maagdelijk. Geen enkel spoor in de sneeuw. Zelfs niet van de krantenbezorger die op deze dag een krant met een stuk over SRC zou bezorgen. Ik moet de krant nog steeds krijgen…
Timon kwam makkelijk los van Fox Kids. Sneeuwruimen was het parool. De auto’s uitgraven en een pop in de tuin maken. Heel gezond, heel goed voor de conditie maande ik mijn zoon als hij wilde afhaken. En toen de rest van de familie wakker was natuurlijk sneeuwballen gooien. Shit, eentje in mijn nek!
Later ging er een sneeuwschuiver door het dorp. Toen mochten Timon en ik de auto’s opnieuw uitgraven. Daarna naar het bosje van Petten, camera mee. Valkkoog in de sneeuw was schoon. Het bos in wintergewaad overtrof het. Op het ene pad een verstild kersttafereel, op het andere passeerden langlaufers. Zelf gleden we met de slee van het hoge duin af. Wat een pret!
De volgende dag waren de wegen alweer zwart gereden. Ik haalde onze zoon op bij een vriendje. Timon had in de sneeuw en zelfs op het ijs gespeeld, zei hij. Zijn tenen tintelden en van hem mocht de winter wel stoppen. Door de opstekende wind vormde zich bij elk damhek een sneeuwbank. Vlakbij buurtschap Tolke meende ik via de sporen van voorgangers door zo’n hoop heen te ploegen. Komt er van de andere kant een auto met vrouw aan die in hetzelfde spoor duikt. Ik moest in een oogwenk beslissen. Of de vrouw penetreren of de Tiefschnee. Had ik mijn roer maar recht gehouden, ze was hartstikke mooi.

