Zij zijn niet groen als gras. Nee, zij zijn grijs als duiven. Met zij bedoel ik de vutters van SRC. Vrouwen en mannen die niet meer in het arbeidsproces zitten en meermalen in de week naar Groenoord komen om klussen te doen. Wat zou SRC zijn zonder de inzet van die ploeg vrijwilligers? Wie maakt dan de tafels en stoelen in de kantine schoon? Wie schrobt de vloer? Wie doet de was? Wie loopt de kleedkamers na? Er zijn lampen gesneuveld in het weekend. Een kraan lekt. Ergens ligt een prullenbak op zijn kant en de rotzooi ligt door de hele gang. Op het hoofdveld zijn met slidings enkele diepe voren getrokken. Aan de achterzijde van de kleedkamers moet dringend geschilderd worden. In enkele stortbakken worden rollen WC-papier aangetroffen. De lijst kan moeiteloos aangevuld worden. De lijst van schoonmaakwerk, van normaal onderhoud en van reparatiewerk als gevolg van vandalisme.
Nic. Beers treedt zo’n beetje als aanvoerder op van deze club. En ik heb van Jan Verduin begrepen dat Nic iedere maand op de vergadering van het Algemeen Bestuur van SRC voordraagt uit eigen werk. Toiletten die bevuild zijn. Rotzooi die door de gebruikers (vaak de eigen leden) achtergelaten is. Lampen en raampjes die al dan niet moedwillig gesneuveld zijn. De ergernis over dit soort zaken is dan van Nic. zijn gezicht af te lezen en er volgt een wanhopig: “Waar is dat nou voor nodig?” Hij besluit zijn betoog met een opsomming van zaken die in eigen beheer aan de accommodatie zijn gedaan. Zonder deze club van vrijwilligers zouden opstallen en terreinen van SRC binnen de kortste keren in verval raken. Het verdriet van het Algemeen Bestuur zit er eigenlijk in, dat het vele werk dat achter de schermen gebeurt door zoveel (jeugd)leden maar matig op waarde wordt geschat. Blijkbaar is kapotmaken heel normaal en alles een week later weer perfect aantreffen óók. Begin dit jaar zijn door de onderhoudsploeg alle kleedkamers betegeld en in de verf gezet. De toiletten zijn wegens aanhoudend vandalisme uit de kleedkamers weggehaald en centraal geplaatst. Alles ziet er weer gaaf en spic & span uit. Zullen we het zo houden?
De vakantie begon met de viering in het kerkje van Valkkoog. Optreden met het gelegenheidskerstkoor. Een volle kerk. Timon verveelde zich stierlijk ondanks de geslaagde bijeenkomst. Maar ja, kinderen denken vaak anders over geslaagde bijeenkomsten. De volgende dag had hij nog een leuke opsteker voor me.
“Weet je wat Hans van Ketel in de kerk tegen me zei, pap?”
“Nou?”
“Je vader kan beter zingen dan voetballen.”
Na de kerst met een vriendenclub richting Duitse grens. Het was donker en mistig onderweg. Toen wij er te Onstwedde kwamen, had het eerste ongeval al plaatsgevonden. Joop Hoosemans was uitgegleden op het trappetje naar zijn slaaphut en zat met een dikke knie. Die heeft de verdere week dvd’s gekeken en borrels gedronken die Timon hem serveerde. Commentaar van het slachtoffer zelf:
“Wees maar voorzichtig, Timon. Zo ben je nog topvoetballer en zo ben je invalide.”
Wat doet een groep vrienden in een vakantieverblijf? Darten is best moeilijk. Timon had aan één bord genoeg. Ik heb het tweede bord er naast gehangen om wat punten te scoren. Ik probeerde zoonlief wijs te maken dat oudere mensen dat mogen. Hij trapte er niet in. Puzzelen ging me beter af.
“Pap, inwoner van Estland, woord van drie letters. Est denk?”
“Nee, lul.”
“Pahap, uit Estland, drie letters…”
Ik hield vol. “Lul.”
“Dat past niet eens, joh.”
“Timon, iemand die in Estland gaat wonen moet wel een lul zijn.”
“Naar jou luister ik niet meer.”
Op de terugweg een fraai plaatje boven de Afsluitdijk. Een troep ganzen in V-formatie. Ik maak Timon erop attent. We staren door de voorruit. Opeens .. flatssjj..!! Ik deins achteruit van de schrik. Een slappe bruine poepstreep op het raam. Timon lacht. Een seconde later is het nog een keer .. flatssjj..!! De jongen achterin komt niet meer bij. Furieus roep ik:
“Snotver Tiem, kom hier met die dartpijlen. Dan zal ik er eens een in dat beest z’n reet gooien!”
De jongen ging helemaal vlak op de achterbank. Pas in Valkkoog was hij in staat om weer overeind te komen.
Thuis hoorden we, dat SRC winnaar was geworden van het kersttoernooi voor E-teams. De beker bleek de ‘Ab Ploeger-bokaal’ te zijn gedoopt. Stukje PR gemist kennelijk.
“De beker van ome Ab, pap. Hadden we dat geweten, dan waren we eerder thuisgekomen. Toch?”
“Dat was mijn gedachte ook, Timpie.”