Het einde van het jaar nadert. De mensen zien om. Sommigen in verwondering. Anderen in wrok. Velen in blijdschap. Laten we het bij deze categorie houden. Waarom kijken mensen blij in de spiegel? Om het fantastische jaar dat ze mochten beleven. Misschien was het een jubileum dat ze vierden. Of er werd hen een kind geboren met alles erop en eraan. Of ze ontsnapten aan de kredietcrisis. Ze werden niet getroffen door de ontslaggolf bij het bedrijf waar ze werkzaam zijn, terwijl diverse collega’s het veld moesten ruimen. Misschien behaalden ze een kampioenschap met de korfbalploeg of het zaalvoetbalteam. Er zijn zoveel mooie dingen om op terug te kijken. Er zijn mensen hersteld van een ernstige ziekte. Er zijn mensen door het oog van de naald gekropen in het verkeer wat ze eeuwig dankbaar heeft gemaakt. Hoeveel korenfestivals waren er alweer in 2009? En is een artistieke prestatie ook niet iets moois om op terug te kijken? Wat dacht u van de uitgave van een roman? Schrijver dezes mag toch een beetje trots zijn als hij achterom kijkt, niet dan?
Het einde van het jaar nadert. Het stemt ook altijd een tikkeltje weemoedig. Niet alles lukte. Mensen hebben dierbaren verloren. Er was wederom sprake van een hausse aan echtscheidingen in eenieders omgeving. Is deze samenleving op drift geraakt? Mensen raakten banen kwijt. Hoevelen werden getroffen door de financiele crisis? Ook in de boekenbranche vielen klappen. Het publiek gaf aan luxeproducten als boeken minder grif haar euro’s uit. Als auteur van ‘De koorzangers’ deelde ondergetekende ook enigszins in die malaise. Mijn tweede roman ging minder vlot over de toonbank dan mijn debuut ‘Het Zwanenwater’. Toch eindig ik niet in mineur. De helft van de eerste druk van ‘De koorzangers’ is verkocht. Ik bedank alle kopers/lezers en hoop dat ze enorm veel plezier aan het boek hebben beloofd of nog zullen beleven. Gelet op het grote aantal positieve reacties denk ik dat het boek nog een fikse poos gaat doorlopen. Mond-op-mond-reclame is tenslotte de beste reclame die er is.
Het einde van het jaar nadert. Een goed moment om de balans op te maken. Dat zal ieder van u doen, dat doe ook ik. Ik heb geconstateerd dat het bezoekersaantal van deze website redelijk is maar niet indrukwekkend. Ik heb dan ook niet de indruk dat de site www.keeskager.nl in een behoefte voorziet. Waarom tijd en geld steken in een communicatievorm die ‘mijn’ lezers niet nodig achten? Mooie boeken schrijven is veel belangrijker dan een website bijhouden. Met die conclusie neem ik afscheid van u die wel tot de trouwe bezoekers behoorde. Ik dank u natuurlijk voor uw bezoekjes aan de site. Kees Kager meldt zich wel weer via de media, als hij nieuws heeft. Hebt u het intussen goed. Fijne feestdagen, een prachtig 2010 voor u allen. Tot later!
De Koorzangers Vrouwenhandel, drugstransport en gedwongen prostitutie behoren niet tot het vocabulaire van Gerard Dekker, een brave docent in het middelbaar beroepsonderwijs. Voor zijn ontspanning zingt hij in een koor, zoals veel van zijn collega’s en vrienden. Het koorleven biedt hem een welkome afleiding van de probleemjongeren waar hij overdag mee te maken heeft. Maar met de komst van een jonge sopraan verdwijnt de ontspanning algauw, als blijkt dat zijn lastige pupil Pita haar gewetenloze loverboy is. Lees verder...
Een profvoetballer als trainer. Wie wil dat als voetbalpuber niet? Vet (gaaf)! De jeugd van SRC boft maar. Nou ja, gedeeltelijk dan. D1, C1 en B1, zeg maar de fine fleur van elke lichting, krijgen trainen van Koen Stam. Dat vinden die jongens meesterlijk, hoor. Koen voetbalt bij Telstar. Hij kan zijn instructies larderen met teksten uit het profmilieu. En de oefenstof komt uit zijn eigen praktijk bij Telstar. Het grappige is dat Koen ooit bij SRC voetbalde. Wat heet, hij is in een groenwitte wieg geboren. Zo rond zijn tiende werd hij gescout door AZ. Ik herinner het me nog goed. De felicitaties stroomden bij Kruidenier Stam binnen. Vader Siem –apetrots- voegde alleman toe dat zoonlief vermoedelijk zijn talent had geërfd. Het is moeilijk bescheiden te blijven. Op een keer stonden we in de steeg van Westerveld naar het talent te kijken. Er kleefde een bal aan zijn voet.
“Moet je toch kijken, Kees. Zo klein als hij is, hij houdt het balletje met gemak vijfhonderd keer hoog.”
Ik hoor het Siem nóg zeggen. En hij vervolgde met:
“En dat kleine Kagertje… gaat dat ‘m worden?”
Timon stond toen nog in de box. Ik stelde voor om dat nog even af te wachten, maar mijn kameraad nam alvast een voorschotje op de toekomst:
“Laten we maar hopen dat hij niet teveel van jou heeft, want dan wordt het niks.”
Een paar jaar later zou diezelfde Koen als brugpieper met mijn dochter Masha het pad opfietsen. Het eerste wat het snotjoch zei toen hij de keuken binnenstapte:
“Ik moest van mijn vader zeggen, dat je helemaal niet kan voetballen.”
Appels vallen zelden ver van bomen.
Ik herinner me een ouderavond op de GSG. Mijn vrouw en ik kwamen in een gang Siem en Marjon tegen.
“Hoe gaat het met Masha?”
“Heel goed” zeiden wij. “En Koen?”
Marjon keek wanhopig.
“Een ramp voor de leraren. Hij is in een half jaar al tien keer uit de les gestuurd.”
Vader Siem stond er bij te lachen.
“Ach, wat maakt het uit. Hij gaat toch naar het Willem Bleau. Dat is de school waar al die AZ-voetballertjes heengaan.”
We zijn weer tien jaren verder. Mijn zoon krijgt trainen van Koen en hij geniet bar. Keihard werken, leuke oefenstof. Koen is duidelijk en gevat en hij praat vanuit de kleedkamer van het betaald voetbal. Tja, dat gaat er wel in bij jongens van 14. En Koen informeert zo nu en dan langs zijn neus weg bij Timon hoe het met zijn oudste zus gaat. Koen heeft dus meer van zijn vader meegekregen dan voetbaltalent, het talent voor vrije nieuwsgaring, zullen we maar zeggen.
“Heeft Masha nog verkering? Ze valt toch niet op de verkeerde, hè?”
Ik heb met Timon afgesproken dat hij deze vraag voortaan pareert met:
“Nee, dat was alleen bij het eerste vriendje.”
Vanwege Koen volgen Timon en ik dit seizoen met meer dan gewone belangstelling de Jupiler League op de vrijdagavond. Laatst kwam er geen samenvatting van Telstar tegen Dordrecht. Maar de karakteristieken vertelden dat Telstar in de 73-ste minuut een penalty tegen kreeg. Ook werd in de 73-ste minuut Koen Stam van Telstar gewisseld. Toen we het lazen keken Timon en ik elkaar lachend aan. Voer voor speculatie. Koen zou toch geen fatale fout gemaakt hebben? Het werd 1-3 voor Dordrecht. Hup Telstar! Hup Koen!
‘De koorzangers’ eindigt met Kerstmis. December is dus een heel geschikte maand om het boek te lezen. De verhaallijnen komen in het najaar bij elkaar en de apotheose vindt plaats vlak voor de kerstviering die het Gregoriuskoor per traditie opluistert. Heerlijk om in deze ‘adventstijd’, de tijd van verwachting, het dikke, spannende boek te lezen.
De Advent is de periode vóór Kerstmis. De periode waarin we uitzien naar het kerstfeest. De geboorte van ‘het kind’, een treffender symbool voor hoop, voor nieuw leven, voor nieuwe kansen is niet denkbaar. Het gonst en zoemt in de harten van de mensen. De sfeer, de lichtjes overal, de muziek… Ook het Gregoriuskoor pakte afgelopen zondag uit op een heus Adventsconcert. Voor ongeveer 400 mensen werd een stemmig programma gebracht met liederen die vooral de hoop, de verwachting vertolkten. En dat is een ander type muziek dan de blije liedjes en carols die worden gezongen op een Kerstconcert. Wat bracht het Gregorius zoal aan adventsmuziek: ‘E’en so, Lord Jesus, quickly come’, ‘Rorando caeli’, ‘How beautiful upon the mountains’, ‘O kom, o kom, Immanuel’ onder meer. Aparte vermelding verdient de ontroerend mooie, verstilde versie van het ‘Ave Maria’ van Franz Biebl die ten gehore werd gebracht. Het was wat mij betreft het hoogtepunt van het concert. Het kwam terecht als toegift nog een keer terug.
Persoonlijk hechtte ik meer dan anders aan een geslaagd optreden van ‘mijn koor’. Mijn complete familie zou namelijk komen luisteren. Broers en zussen Kager kwamen zondag van heinde en verre naar de Christoforuskerk in Schagen. Allemaal zijn ze op die plek begonnen met zingen. In het kinderkoor van meester Wim Settels. Na afloop kwam de ganse familie bijeen ten huize van één van ons. Voor een hapje en een drankje in kerstsfeer. Geweldig. Ik, maar ik moet eigenlijk zeggen, ons koor kreeg de complimenten. Mijn broers en zussen en hun aanhang hadden genoten. Alles werd opgenoemd: de entourage, de volle klank van het koor, de verbindende teksten, de organist, de loepzuivere solisten, de expressie van de dirigent, de verrassende tegenkoren en.. het zij nog eens opgenoemd… dat ontroerende ‘Ave Maria’.
Het gewone leven kent uitersten die het boeiend maken.
De ene dag bel je voor je dochter die in Tilburg aan de balletacademie studeert naar haar huisbaas. Het heeft gestortregend en het water liep ongehinderd haar zolderkamer binnen. “Pap, als jij belt stuurt hij een loodgieter. Naar mij luistert hij niet eens.”
De volgende dag belt een meisje van 16 uit Kameroen me op mijn mobiel. Ze hoort bij mijn horecagroep. “Meester, ik kan niet naar school komen. Ik heb geen geld voor de trein en mijn moeder wil niks geven.”
De andere dag lukt het me om een 17-jarige leerling van de logistiekopleiding aan een baan te helpen, in dit geval bij Stride Rite, groothandel in sportschoenen van Saucony.
In de teamvergadering meldt een vrouwelijke collega dat het werk haar sinds enige tijd erg zwaar valt. Onderhuidse bloedingen, gewrichtspijn, ontstekingen. Veel medisch onderzoek. Ze is kapot als ze thuiskomt uit school. Arme vrouw… dreigt duidelijk om te vallen.
Wat een zegen om gezond en sterk te zijn. En om zoveel uitersten te mogen meemaken. Niet alleen in mijn privéleven en in het onderwijs. Ook in de korenwereld.
Vorig weekend een jubileumconcert bijgewoond van een homomannenkoor. Helemaal in Groningen, want daar is mijn ouwe studiekameraad na de studie neergestreken. Hij was één van mijn kritische meelezers terwijl ik aan ‘De koorzangers'’ werkte. Hij was ook aanwezig bij de presentatie van mijn boek bij Plukker in juni. En nu was ik uitgenodigd op het feestje van Zangzaad. Dames en heren, we bevinden ons in het conservatorium van Groningen. Zaal uitverkocht. De lampen gaan uit. De show begint. Je weet niet wat je meemaakt als al bij het tweede nummer 15 nichten het podium betreden, gehuld in witte boxershorts die in het blacklight fel oplichten in de verduisterde zaal. Typisch homo’s: zang alleen is niet genoeg. Verkleedpartijen, make up. Dans & beweging. Schmieren naar het publiek. Lachsalvo’s. Extravagantie. Ondeugende en ontroerende liederen. Een show van formaat met heel behoorlijke zangkunst.
Een paar dagen later mocht ik naar de repetitie van de Klankentappers in Sint Maartensbrug. Ex-Valkkoger Willem de Schipper is de drijvende kracht achter dit smartlappenkoor dat groeit en bloeit. Ze zitten inmiddels op 65 leden en steken straks Liederlijk in Schagen naar de kroon. Dankzij Willem was ik aangekondigd bij de Klankentappers. En ik heb genoten. Heerlijk meegegalmd met de mannenpartij. Van Westfries Volkslied tot Boem Boem Ballando, van Witte rozen tot De klok van Arnemuiden. Er stond een ‘lastige’ dirigent en dat is bedoeld als compliment. Cees Langedijk zette voortdurend de puntjes op de i en eiste inzet en concentratie van het megakoor. En ja, op welk koor ik ook kom… er is altijd spirit, plezier in het zingen. Ook hier voegden enkele koristen mij toe dat het zo fijn is om één avondje in de week alle zorgen aan de kant te kunnen schuiven. Zingen, genieten. Kort voor de pauze kreeg ik in dorpshuis De Uitkijk het woord. U zou het allemaal eens moeten meemaken vanuit mijn positie. De overweldigende blijheid, waarmee de koristen me tijdens zo’n praatje aankijken. En in de pauze natuurlijk boeken gesigneerd en verkocht. Ook hier stonden de koorleden in de rij!
Het was een zaterdag vol van zang. ’s Morgens om half 10 stond ik al te zingen en wel als vrijwilliger voor muziekpraktijk 6A van Karel Kok. Deze Schager musicus biedt de nodige groepscursussen in stemvorming en koorscholing aan. Ook voor individuele zangles of pianoles kan het publiek bij zijn praktijk terecht. Maar in dit verband is van belang de dirigentenopleiding. Karel leidt dirigenten op. En hoe leren zijn cursisten dirigeren? Door te oefenen met oefenvee. Dus eenmaal in de maand komen van heinde en verre bereidwillige koristen naar de Schager Bethelkerk. Zij stellen zich in slagorde op rond piano en lessenaar. En iedere adspirant-dirigent krijgt vervolgens een half uur om te stoeien met dit gelegenheidskoor. Dat is bijzonder leerzaam. Niet alleen voor de kandidaten op de beun.
Ook voor de pakweg veertig mannen en vrouwen in de kring is het interessant om mee te maken. Iedere korist is gewend aan de dirigent van zijn of haar eigen koor en zweert vaak een beetje bij de aanpak en de techniek van die persoon. Wat is het een verrijking om op zo’n zaterdag met wat genoemd wordt ‘het practicumkoor’ acht of tien dirigenten in spe achtereen mee te maken. Allemaal gemotiveerd tot op het bot, allemaal van plan om in een half uur een deel van een muziekstuk in te studeren met een groep min of meer ervaren koristen. De verschillen in presentatie, in kennis, in dirigeerstijl. En alle tips en correcties die zij krijgen van docent Karel Kok die zelf de begeleiding aan de piano verzorgt. Echt machtig interessant. En gratis en voor niets krijg ik op zo’n zaterdag dan ook nog bladmuziek in de schoot geworpen die ik nog niet ken. Het pareltje van het laatste practicum was van Grieg. Gaat u even naar YouTube en tikt u in: Ave Maris Stella. Dan klikt u op de versie van St. John’s College Choir uit Cambridge. Wonderschoon.
Zaterdagavond bevond ik me opnieuw in muzikale kringen. In Den Helder in schouwburg De Kampanje. Daar was een jubileumconcert van Mescalanza, een groot gemengd koor uit Julianadorp met een gevarieerd repertoire. Mijn aanwezigheid daar had twee redenen. Familierelaties en de afspraak dat ik binnenkort bij Mescalanza op de repetieavond mag komen om ´De koorzangers´ te promoten. Ik was nieuwsgierig naar de kwaliteiten van dit megakoor van maar liefst zestig vrouwen en mannen. Ook spraken de namen van twee gastkoren me aan, Close Up uit Alkmaar en Whale City Sound uit Zaanstad. Beide koren staan bekend als ´topkoren´ in Nederland.
Het was een mooie avond. Het was een heel mooie avond. In sporttermen gesproken zag het publiek de top van de amateurs aan het werk, Mescalanza, en twee teams uit de eredivisie, Close Up en de barbershoppers uit de Zaanstreek. Waar zit het verschil, vraag je je na afloop in de auto af. Alledrie de koren werken keihard en maken prachtige muziek. Het verschil wordt vermoedelijk gemaakt door stembeheersing, pure zangkwaliteit waarvoor bij ´de profs´ de lat vanzelfsprekend hoger ligt. Maar nog meer wordt het verschil volgens mij gemaakt door de concentratie tijdens de repetities. Als er de gezamenlijke ambitie is om de kwaliteit op te schroeven naar een hoger niveau dan is iedereen op de oefenavonden scherp, alert, fris, leergierig. En elke aanwijzing van de dirigent wordt opgevolgd en… onthouden. Dus hoeft de dirigent deze opmerking een volgend keer niet opnieuw te maken. Nou, beste bezoekers van de website, kom daar maar eens om bij ´de amateurs´. Bij veel zangkoren is de sociale functie het uitgangspunt. Gezelligheid, samen lekker zingen, punt uit.
Een laatste opmerking over het concert. De verrassing van de avond kwam voor mij van de jubilaris. Van Mescalanza dus. Zij openden het concert met de madrigaal Springtime van Thomas Morley. En laat dit nummer nou de titel vormen van hoofdstuk 9 van mijn roman ´De koorzangers´… Alleen al om die reden mogen de leden van Mescalanza zich dit boek niet ontzeggen. Dat ga ik hen vertellen, als ik bij het koor langsga.
“Met de complimenten voor je boek!” De woorden gonsden na de koorrepetitie nog een tijdje in mijn hoofd door. Een van de sopranen had mij na afloop terwijl ik mijn jas stond aan te trekken aangehouden. Ze had mijn boek niet alleen voor zichzelf gekocht, ze had het ook cadeau gedaan aan een zoon die in Canada woont. Ze had de dikke pil als postpakket naar de Nieuwe Wereld opgestuurd. En de zoon had ‘De koorzangers’ in één ruk uitgelezen. Opgegroeid in Schagen was hij daar in het verre, verre land al lezende als het ware teruggekeerd naar zijn geboortegrond. Zwijmelend in nostalgie had hij zijn moeder gemaild. Ze moest Kees Kager vooral de groeten doen en… “de complimenten voor het boek!”
Vooral als ik op school een rotdag heb gehad, omdat een naar Marokkaantje de hele boel besodemieterd heeft en ik druk heb moeten bellen met het semi-crimineeltje zelf, met zijn moeder, met Bureau Jeugdzorg en met de Leerplichtambtenaar van zijn gemeente, dan is het zo heerlijk om ’s avonds via de mail een compliment te krijgen zoals het volgende. Het kwam van een heuse musicus. Dan ben ik echt trots, hoor. Als er ook vanuit deze beroepsgroep waardering voor ‘De koorzangers’ wordt uitgesproken, dan betekent dat in de roman zinnige dingen over muziek worden gezegd. Toen ik dit bericht ontving kon ik er meteen weer een weekje tegen.
Beste Kees,
Ik heb het boek ‘De Koorzangers’ echt met plezier gelezen; een plezier, dat op sommige momenten wat minder werd als o.a. ‘het nagelknippen’ wat (al te) pregnant wordt beschreven. Bovendien weet je, nadat zulks een eerste keer is aangekondigd, wat er in het verdere boek volgt/kan volgen.
Nadat ik, vooral bij de opstart, gewend was aan de meest korte zinnen en de hink-stap-sprongen tussen de koorwereld en het misdadige ‘umfeld’ , kreeg ik wat meer vat op de lijn en de structuur van dit boek.
En…het laat zich raden: voor een bedrijfskundige, die veel met jonge mensen heeeft gewerkt (HBO-docent) en ook nog een tweede leven als bevoegd kerkmusicus leidt en de koorwereld zowel als dirigent als ‘vanachter de toetsen’ kent, is de optelsom van het boek ook een stukje van mijn eigen achtergrond. Zeker in sociaal-maatschappelijk perspectief een feest van herkenning.
Kortom: complimenten en de verzekering dat ik het zeer heb gewaardeerd. Ik heb nu, na het feitelijk lezen, zo’n 3 weken gewacht met dezse reactie, maar merk dat ik het helemaal zo heb ervaren. Wat mij betreft ook een compliment, omdat lang niet elk boek op die manier beklijft.
Van harte veel succes en een beste groet,
Bert Becht
